5 oktober 2009
Geschenk Friese Canadezen:
"Oorlogsvlaggen" weer terug in Joure
| |
 |
| |
Klik op foto voor vergroting |
JOURE (NL) - Museum Joure ontving kort geleden een bijzondere schenking uit Canada: vlaggen, die in de oorlogswinter van 1944 in Joure met de hand gemaakt zijn door de familie Praamsma.
In 1953 emigreerde de familie naar Burlington in Canada. Na meer dan 50 jaar heeft mevrouw Elizabeth Praamsma - Soeting de katoenen vlaggen van de bevrijders (UK, USA en Canada), een Nederlandse en een oranje vlag geschonken aan Museum Joure.
"Ze zijn 'gerepatrieerd", zoals haar dochter Hilde schrijft. "Bij de verhuizing van mevrouw Elizabeth Praamsma - Soeting naar een verzorgingscentrum, en de opvolgende ontruiming van haar woning kwamen de vlaggen voor de dag, zorgvuldig bewaard in een koffer. Als bijna 8-jarige in 1944 zie ik ze nog wapperen. Ik zal nooit de Canadese tanks vergeten die door de Midstraat rolden op zondag 15 april. Vader kwam vroeg thuis van de kerk. Hij was organist van de Ned. Hervormde Kerk. Als oudste kwamen de vlaggen in mijn bezit, nu een jaar geleden. Dat ze nu gerepatrieerd worden is voor mij persoonlijk heel belangrijk."
Info: www.museumjoure.nl
Info: www.weekvandegeschiedenis.nl
Tourist Information: www.frieslandholland.nl
Arrangementen: www.elfstedenroute.nl
Meer nieuws: www.friesland-holland-nieuws.nl
Fries Nieuws: www.frysknijs.nl
11
september 2008
| |
 |
| |
Bestuursvoorzitter
Jo Huizinga van het Hannemahuis overhandigt
burgemeester Paul Scheffer van Harlingen het
eerste exemplaar van het boekje ‘Alle
verhalen van de stad’ dat verscheen ter
gelegenheid van de heropening van het Harlinger
museum.
Klik
op foto voor vergroting
|
| |
 |
| |
Maar
liefst 400 mensen waren op de officiële
opening van het Hannemahuis in partycentrum
Trebol afgekomen. Oldtimers brachten de gasten
naar het Hannemahuis aan de Voorstraat.
Klik
op foto voor vergroting
|
| |
 |
| |
Hugo
ter Avest heeft er veel werk van gemaakt
om het Harlinger museum provinciale allure
te geven.
Klik
op foto voor vergroting
|
Na
vondst jeneverstokerij:
Hannemahuis
verbouwd tot
luchtig stadsmuseum
Hugo
ter Avest loodst bezoeker door sensationele
historie van zee- en marinehaven
HARLINGEN
(NL) - 12 september 2008 zijn de deuren opengegaan
van het vernieuwde Hannemahuis. Dit centrum voor Harlinger
cultuur en historie was wegens een ingrijpende verbouwing
een jaar gesloten voor het publiek. Conservator Hugo
ter Avest kreeg 12 september tijdens een officiële
bijeenkomst in Trebol in Harlingen veel lof toegezwaaid
voor zijn tomeloze inzet om het Harlinger museum op
de provinciale kaart te zetten. Een museum dat zich
onderscheidt en bijdraagt aan de versterking van Harlingen
als belangrijke toeristische trekpleister in Fryslân,
vond burgemeester Paul Scheffer.
Aanleiding
voor de verbouwing was de ontdekking in 2000 van
de fundamenten van een achttiende-eeuwse jeneverstokerij
onder de vloer van het museum. Om deze te behouden
en te kunnen laten zien was een verbouwing nodig.
Tevens moest het Gemeentearchief een nieuw onderkomen
krijgen. Dit alles leidde vervolgens tot een samenwerkingverband
van verschillende Harlinger overheidsorganisaties,
verenigingen en stichtingen. Doelstelling was aan
een zo breed mogelijk publiek op één
plaats alle informatie over cultuur en geschiedenis
van Harlingen en zijn bewoners beschikbaar te stellen
en toegankelijk te maken. De totale kosten bedroegen
1,6 miljoen euro en zijn gefinancierd door de gemeente
Harlingen, het Europese subsidieprogramma Leader+,
de Provincie Fryslân, alsmede door een groot
aantal fondsen en bedrijven.
Multifunctionele
vleugel
Aan
de achterzijde van het Hannemahuis is een nieuwe multifunctionele
vleugel gebouwd, ontworpen door architect Marten Atsma
uit Oenkerk. Hierin bevinden zich een zaal voor wisselende
tentoonstellingen rond historische thema's en hedendaagse
beeldende kunst, een auditorium, de leeszaal van het
Gemeentearchief, nieuwe geklimatiseerde depots, een
film- en fotostudio, vergader- en dienstruimtes.
Reis
in de verleden tijd
Bij
de verbouwing en herinrichting van het oude Hannemahuis
hebben de voormalige stijlkamers en tentoonstellingszalen
een metamorfose ondergaan. In twee ruimtes kan de bezoeker
een tijdreis naar het verleden maken. In het voorste
gedeelte van het museum is de kunsthandel van Henricus
Antonius Baur en zijn zoon Nicolaas Baur, kunstschilders
die omstreeks 1815 in de Voorstraat woonden en werkten,
tot leven gewekt. Nerveus vanwege de nadere publieke
verkoping van zeventiende en hedendaagse meesters geven
vader en zoon Baur toelichting bij de door hen tentoongestelde
schilderijen.
Halverwege
oud- en nieuwbouw beleeft men hoe het erin 1760 in
de jeneverstokerij van de familie Hannema aan toe
ging. Zittend tussen drinkebroers in de herberg ziet
en hoort men Jan Hannema (1746-1825) over de bloei
en ondergang van de distilleerderij en de vernietiging
van het geheim van Talma.
In
de zilverzaal wordt zeventiende- en achttiende-eeuws
zilversmeedwerk van Harlinger ambachtslieden getoond.
In de Vestdijkkamer met alle eerste drukken, foto's
en andere personalia hoort men schrijver Simon Vestdijk
het gedicht 'Stad aan de Wadden' voorlezen. In de
tegelzaal is een overzicht van Harlinger aardewerk
en tegels die als exportproduct beroemd waren. Op
de scheepvaartafdeling is onder andere te zien hoe
de laatste Harlinger walvisvaarder vastliep in het
poolijs. In een andere zaal kan men door middel van
touch screens digitaal door de straten van het monumentale
Harlingen wandelen. Een drietalige audiotour leidt
langs museale topstukken en voorwerpen met een spannend
verhaal.
Info: www.hannemahuis.nl
15
september 2008
Bekende Lemsters in touw voor beeldbepalend
erfgoed
| |
 |
| |
De Langestreek in Lemmer zoals watertoeristen
die zien: niet monumentaal, wel mede beeldbepalend
voor Lemmer, versterkt door de aanwezigheid
van een Lemsteraak in vissermansuitvoering.
Klik op foto voor vergroting
|
LEMMER (NL) - In de dorpen in de gemeente
Lemsterland is een aantal gebouwen bewaard gebleven
die herinneren aan de historie van de plaats. Enkele
panden hebben de status van rijksmonument en genieten
een aparte bescherming. In de dorpen zijn echter
veel meer historische panden die het dorpsbeeld
karakter geven, vinden oud-burgemeester Jo Bosma,
historicus Johannes Postma en de in Sneek dienende
politiechef Piet Zantman.
Op verzoek
van het gemeentebestuur is in 2001 een inventarisatie
gemaakt van deze beeldbepalende panden. Recent is
deze lijst nog eens opnieuw tegen het licht gehouden
en aangevuld met waardevolle gebouwen die veelal
van jongere datum zijn maar onmiskenbaar ook mede
een sfeervol dorpsbeeld bepalen.
Dorpsbehoud beoogt niet alleen de op zichzelf staande panden
te behouden maar ook oog te hebben voor de samenhang
binnen een dorp. De sfeer bijvoorbeeld in de dorpskern
van Lemmer wordt sterk bepaald door de aanwezigheid
van de oude gebouwen. De cultuurhistorische waarde
van het dorp is groot vindt het driemanschap, zowel
voor de inwoners als de toeristen.
| |
 |
| |
Het
koopmanshuis (boven) en een karakteristieke
boerderij in Oosterzee-Buren, ooit de belangrijkste
plaats van Lemsterland.
Klik op foto voor vergroting
|
| |
 |
| |
Klik op foto voor vergroting
|
Stichting Dorpsbehoud
In 2006
is de Stichting Dorpsbehoud Lemsterland opgericht.
Doelstelling is het behouden en herstellen van historische
dorpsgezichten in de gemeente. Dit doel kan alleen
bereikt worden in samenwerking met de gemeente. De
gemeente zorgt voor een wettelijk kader in de vorm
van een gemeentelijke monumentenverordening en voorschriften
in bestemmingsplannen en bepaalt met het verlenen van
vergunningen wat wordt toegestaan. Ook het verstrekken
van subsidies is een overheidstaak.
De
stichting Dorpsbehoud richt zich op het herstel zelf.
Door eigenaren terzijde te staan bij de planontwikkeling
van gebouwen, beoogt de stichting haar doel, het
behouden van historische dorpsgezichten, te bereiken.
Ook het zelf verwerven van eigendom om een restauratie
te bewerkstelligen behoort daartoe. Ervaring uit
andere steden en dorpen leert dat de waardestijging
van een in oude glorie hersteld pand de kosten vaak
meer dan terugbetaald.
De Lemster Bokking
Door de
Stichting Dorpsbehoud Lemsterland wordt eens per twee
jaar een onderscheiding uitgereikt aan een persoon
of instelling die zich bijzonder heeft ingespannen
voor het behoud van een karakteristiek en historisch
dorpsgezicht in de gemeente Lemsterland.
In
publicaties wordt aangekondigd wanneer er een voordracht
aan het bestuur van de stichting kan worden gedaan.
De onderscheiding bestaat uit een Lemster Bokking
van brons ontworpen door de Lemster kunstenares Simone
van der Berg.
Voorbeeld: Stichting Joodse Begraafplaats Tacozijl
Begin 1986
was de Joodse Begraafplaats te Tacozijl, twee kilometer
ten westen van Lemmer, een verwaarloosd stukje grond
aan het IJsselmeer. Op initiatief van enkele Lemsters
is toen een stichting opgericht die erin is geslaagd
met behulp van donateurs en subsidiënten de begraafplaats
in ere te herstellen. Nu is het een monument dat voor
voorbijgangers en betrokkenen een plaats is van rust
en bezinning. Sinds 1 januari 2008 is het beheer van
het monument overgegaan naar de Stichting Dorpsbehoud
Lemsterland.
Info: www.dorpsbehoudlemsterland.nl
27
augustus 2008
Fryslân
boppe in Sauerland
Pompeblêden
wereldberoemd mede dankzij Friesche Vlag zuivel
OLPE
(D) – Hovenier Thomas Kramer van Thomas Kramer
Gartenbau und Landschaftsbau in Olpe aan de Biggisee,
30 km ten oosten van Köln, is een Friesland-fan.
En dat laat hij zien ook, uiteraard in zijn tuin.
| |
 |
| |
Klik
op foto voor vergroting |
Hij
mailde een foto van wapperende pompeblêden
in Ferienregion Sauerland naar Sailing Point in Terherne,
waar hij klant is. In het buitenland heeft men het
altijd over de vlag met de rode hartjes.
Bladeren
waterlelie
De
Nederlandse Hartstichting heeft niets van doen met
de Friese vlag. De zeven rode “hartjes” zijn
bladeren van de gele plomp, een waterlelie. Deze bladeren
heten in het Fries “pompeblêden”.
De
vlag staat o.a. op de zuivelproducten van Friesche
Vlag en de shirts van de voetbalvereniging SC Heerenveen.
Ook het Friesland Holland-logo bevat de Friese vlag.
Het dundoek werd door de wereldwijde aandacht van
de media aan de laatste Elfsteden-schaats-tochten
de bekendste provincievlag van Nederland.
De
Friese vlag is in zijn huidige vorm ruim 100 jaar
oud, maar al in de 11e eeuw was er een vlag met bladeren
van de waterlelie.
Het
college van Gedeputeerde Staten van Friesland erkende
de hedendaagse vlag in 1897. Pas in 1927 werd hij
voor het eerst officieel gebruikt. In 1957 werd de
vlag door Provinciale Staten van Friesland vastgesteld
en aan de koningin ter bevestiging aangeboden.
Omschrijving
De
officiële omschrijving van de Friese vlag luidt: “Een
vlag van zeven schuine banen van gelijke breedte, afwisselend
kobaltblauw en wit; de middenlijn van de middelste
baan beginnende boven aan de broekzijde en gaande van
hoek tot hoek; de witte banen beladen met zeven scharlakenrode
plompebladeren loodrecht op de as van de baan staande
en geplaatst 2:3:2.”
De
zeven plompebladeren symboliseren de zeven vroegmiddeleeuwse
Friese "zeelanden". Het ging hier om zelfstandige
landstreken langs de kust van Alkmaar (Noord-Holland)
tot de Duitse rivier de Weser. Deze gingen samen
in een verdedigingsverbond tegen de
Noormannen.
Info: www.olpe.de
www.kramergalabau.de
www.frieslandfoods.com
www.frieschevlag.nl
19
augustus 2008
Machtige
Monumenten in Fryslân (1):
Veldheer
en vestingbouwer Menno van Coehoorn legde
wapens neer in kerk van Wijckel
Monumentendag,
zaterdag 13 september
10.00-17.00 uur, open kerk
WIJCKEL(NL) – In
de hervormde kerk (1671) van het Gaasterlandse
Wijckel weet een wereldberoemde generaal en vestingbouwer
zich goed beschermd: Menno baron van Coehoorn (1641-1704).
De zeer bezienswaardige “burchtkerk”,
gebouwd tegen de van ver zichtbare 15-de eeuwse
zadeldaktoren, ligt naast Van Coehoorn’s
voormalige landgoed Meerestein. Dit bospark is
ook een bezoek waard vanwege de zeldzame stinsenplanten.
 |
 |
De
Hervormde Kerk van Wijckel heeft een fraai
interieur. Op de voorgrond grafstenen van
voorname families.
Klik
op foto voor vergroting |
Dit
imposante orgel maakt de kerk van Wijckel
compleet.
Klik
op foto voor vergroting |
Van Coehoorn werd 15 september 1641 geboren
op Lettinga State in Britsum bij Leeuwarden. Zijn ouders
zijn Gosewyn Coehoorn (Gosse Koehoorn, afkomstig uit
Coevorden) en Aeltie Hinckema, dochter van ds. Hendericus
Hinckema ab Hinckenburg van Lettinga State en Syts
van Donia). In 1657 trad hij in militaire dienst, conform
de familietraditie. Hij diende onder andere in het
leger van stadhouder Willem III. Na zijn betrokkenheid
bij de verdediging van Maastricht in 1673 en Grave
in 1674 ontwikkelde hij zich tot een kritische ontwerper
en bouwer van vestingwerken.
Op 3 februari 1678 trouwde officier Van Coehoorn met de jonge rijke en adellijke
Magdalena van Scheltinga uit Wijckel, waardoor hij in Gaasterland diverse bezittingen
verwierf. Het is niet onwaarschijnlijk dat Menno van Coehoorn in zijn eerste
huwelijksjaar met zijn echtgenote op Lettinga State woonde. Magdalena schonk
hem vier kinderen en kwam al in 1683 te overlijden.
 |
 |
De
entree van de "vaste burchtkerk".
Klik
op foto voor vergroting |
De
graftombe van Menno van Coehoorn.
Klik
op foto voor vergroting |
 |
Het
praalgraf van de Friese veldheer is geheel
van marmer.
Klik
op foto voor vergroting |
Gewilde strateeg
Hij heeft talrijke militaire successen
op zijn naam staan. Mede daardoor werd hij in de
adelstand verheven. In opdracht van de Staten-Generaal
ontwierp hij de fortificaties van Groningen, Zwolle,
Nijmegen, Grave, Breda, Willemstad en Bergen op
Zoom, zijn meesterwerk. Ook plande hij diverse
verdedigingslinies om de Republiek te beschermen
tegen invasies, zoals de bekende IJssellinie van
Arnhem tot Zwolle.
Hij was zo goed dat diverse buitenlandse machthebbers hem voor enorme bedragen
wilden strikken voor de bouw van verdedigingswerken. Tsaar Peter de Grote probeerde
hem in 1697 naar Rusland te halen. Maar Menno van Coehoorn bleef in Nederland.
Omstreeks 1690 liet hij in Wijckel een landhuis bouwen: Meerestein. Dat werd
in 1811 afgebroken. Het landgoed is sinds 1947 in handen van It Fryske Gea,
mede vanwege de zeldzame stinsenflora.
Praalgraf
Generaal Van Coehoorn stierf 17 maart 1704
en werd begraven in de kerk van Wyckel. Het
door Daniël
Marot ontworpen en door Pieter van der Plas
gebeeldhouwde marmeren praalgraf, geregeld door zijn
kinderen, toont een beeltenis van de wereldberoemde
Friese militair strateeg.
Info:
www.openmonumentendag.nl
3 oktober 2007
Staten
en landhuizen in Zuid-Fryslân
 |
Tweede
van links historica Rita Mulder-Radetzky.
Klik op foto voor vergroting
|
 |
Bearn
Bilker, voorzitter van de Stichting Staten en
Stinzen, bedankt Gedeputeerde Jannewietske de
Vries voor haar komst naar Epema State. De PvdA
politica trok een paar uur uit om de problematiek
rond het bezitten en onderhouden van adellijke
huizen aan te horen.
Klik op foto voor vergroting
|
YSBRECHTUM
(NL) – Jannewietske de Vries, PvdA-gedeputeerde
voor o.a. recreatie en toerisme in de provincie Fryslân,
heeft 2 oktober in Epemastate in Ysbrechtum het boekje
‘Staten en landhuizen in Zuid-Fryslân’
officieel in ontvangst genomen. De brochure is geproduceerd
door drs. Rita Mulder-Radetzky. Deze Hongaarse historica
heeft zich in Friesland ontpopt als een zeer verdienstelijke
schrijver over en beschermer van monumentale adellijke
verblijven in Friesland. Zij is algemeen bestuurslid
van de Stichting Staten en Stinzen, de organisatie waarmee
Friesland Holland samenwerkt om kastelentochten te ontwikkelen.
Friesland Holland introduceert op de Home & Holiday
Show van 13 tot en met 20 oktober in Home Center Wolvega
de eerste “Frisian Castle Tour” per fiets.
Op de grote woon- en vakantiebeurs (55.000 m2) staat
een informatiestand over de historische verblijven van
de Friese elite.
Info:
www.statenenstinzen.nl
4 juni 2007
Middeleeuws Sloten topattractie
SLOTEN
(NL) – De Stichting Historisch Sloten kan weer
terugkijken op een bijzonder druk bezocht Historisch
Kijkfeest dat ieder jaar en nu voor de derde keer plaatsvond
op zaterdag 2 juni. De bewoners van het stadje maken
er veel werk van om de laat-middeleeuwse sfeer na te
bootsen, inclusief een zes bedrijven omvattend toneelspel
rondom ene Pier Lupckes uit het naburige Tjerkgaast.
Die wilde vijandige Spanjaarden helpen de stad te veroveren
in de geest van het paard van Troje. Het koste hem de
kop.
26
april 2007
Nieuw boek van Eisma Leeuwarden:
Molenaarsverleden
2007 Jaar van de molen
 |
| De enige Friese beroepsmolenaar: de IJlster houtzager
Simon Jellema.
Klik op foto voor vergroting |
LEEUWARDEN (NL) - Het boek Molenaarsverleden van de
hand van Johan Bakker, is een nieuwe uitgave van Eisma
Businessmedia b.v. in Leeuwarden. Het boek is uitgegeven
ter gelegenheid van het ‘Jaar van de Molen’, waartoe
het jaar 2007 is uitgeroepen. Molenaarsverleden geeft,
in de vorm van veertig essays, een impressie van molen
en molenaar en hun rol in de samenleving.
Molens, met name korenmolens, hebben aan de basis gestaan van
diverse hedendaagse industrieën en zijn daardoor belangrijke
bouwstenen voor de economische geschiedenis. Vroeger
speelden korenmolenaars en hun molens een centrale rol
in de voedselvoorziening in Nederland. Molenaars maalden
niet alleen graan voor bakkers, maar ook voor boeren.
In de molens werd de basis gelegd voor voedsel voor
mens en dier. Vanuit de traditionele molen zijn diverse
bedrijfstakken ontstaan die ook vandaag de dag nog aan
de basis staan van onze voedselvoorziening.
 |
| De meest gefilmde en gefotografeerde molen
van Friesland is de houtzaagmolen De Rat in
IJlst, waar de Simon Jellema het verleden aan
de praat houdt.
Klik op foto voor
vergroting |
Het boek Molenaars-verleden bevat veertig essays van Johan
Bakker. Dit is een selectie uit de ruim honderd essays
die Bakker tot nu toe heeft geschreven voor De Molenaar,
sinds 1898 hét vakblad voor de graanverwerkende- en
diervoederindustrie. In zijn verhalen schetst Bakker
wetenswaardigheden over de Nederlandse molen vanuit
verschillende invalshoeken, zoals werking en techniek,
het eigenlijke bedrijf, de cultuur rond de molens en
de relatie tussen molen en samenleving.
Uit de essays blijkt dat het romantische, nostalgische beeld
van de molenaar, dat we tegenwoordig hebben, niet berust
op historische waarheid. De praktijk was heel wat weerbarstiger,
met het zware sjouwwerk, de ‘onmogelijke’ werktijden,
soms bij nacht en ontij, de spartaanse werkomgeving
en de gevaren die de molen en het werk met zich meebrachten.
Daarnaast was de molen echter ook een belangrijk sociaal
ontmoetingspunt. Het was er immers een komen en gaan
van klanten, boeren, bakkers en particulieren.
De auteur geeft in Molenaarsverleden op beeldende en
toegankelijke wijze een impressie van de geschiedenis
van de molen en het vak. Met elkaar geven de bijdragen
in woord en beeld een gevarieerd zicht op het rijke
molenverleden in Nederland. Daarmee is Molenaarsverleden
een mooi bezit voor een ieder die hart heeft voor molens
en hun betekenis in heden en verleden.
Molenaarsverleden, een kleurrijke uitgave van A5 formaat (omvang
96 pagina’s), is voor € 13,50 (exclusief verzendkosten)
verkrijgbaar bij Eisma Businessmedia te Leeuwarden,
j.deboer@eisma.nl. Vanaf 10 exemplaren
staffelkorting op aanvraag.
Info: www.zwfriesland.nl/derat